Over het Groninger paard

Over het Groninger paard

HetGroninger paard vindt zijn oorsprong bij het inlandse noordelijke paard zoals dat door de eeuwen heen in de gebieden langs de kust  van de Noordzee is gefokt in ons land, Duitsland en Denemarken. Sinds ca. 1870 werd het gekruist met hengsten uit Oldenburg en Oost-Friesland.

Het werd vooral gebruikt in de landbouw, maar ook in het transport. Sinds ca. 1880 werd het Groninger paard in stamboekverband gefokt, waarbij ook sprake was van verspreiding over de andere provincies in ons land.

In de bloedopbouw van het Groninger paard komen dan ook de contacten met Oost-Friesland, Oldenburg en Holstein tot uitdrukking.

In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw was er sprake van een sterke afname van het gebruik van paarden als gevolg van de mechanisatie. Door dat het beter ging met de economie en de mensen meer geld beschikbaar hadden ontwikkelde zich de vraag naar paarden voor de rijsport, in het bijzonder voor de dressuur en het springen.

De Groninger paarden werden toen al gebruikt als landbouwrijpaard, maar men wilde iets meer rijtypische paarden, waardoor het Groninger paard (en ook het Gelderse paard) werd gekruist met Engels Volbloedhengsten, om daarna weer verder te kruisen met doorgefokte rijpaardhengsten uit Duitsland en Frankrijk.

Dit heeft tot gevolg gehad dat nagenoeg alle Groninger merries tot eind jaren zeventig van de vorige eeuw werden gekruist met andersoortige hengsten en de populatie nagenoeg was verdwenen.

Dankzij de grote inzet van een aantal mensen w.o. mevr. prof. Clazon werd in 1978 de laatste Groninger hengst Baldewijn gered van de slager en zijn door mensen pogingen ondernomen om Groninger merries op te sporen en te gebruiken voor de fokkerij. Het aantal merries dat kon worden gebruikt kwam nauwelijks boven de twintig. Hierbij is door o.m. Nanno Haaijer uit IJhorst ongelooflijk veel werk verzet en later heeft ook Henk Bouwman uit Vorden veel bijgedragen.

De eerste jaren waren moeizaam om merries bij Baldewijn te krijgen en van de fokkerij uit die periode is weinig overgebleven. Toch leidden de onderlinge contacten tot de wens om zaken in een meer georganiseerd verband te verzorgen, wat met een groep van ca. 25 liefhebbers op 25 februari 1982 uitmondde in de oprichting van de Vereniging “Het Groninger Paard”.