Naar aanleiding van het eerder gepubliceerde bericht van 7 maart jl. (link) over een genetische melding binnen de fokkerij informeert het bestuur van Vereniging Het Groninger Paard u hierbij over de verdere behandeling van deze kwestie.
Zoals eerder gemeld werd het bestuur kort voor de hengstenkeuring geïnformeerd over een DNA-test bij het vaderdier van twee voor de keuring aangeboden hengsten en over klinische klachten die bij dit dier zijn vastgesteld. Omdat het hierbij mogelijk om een erfelijke aandoening gaat, heeft het bestuur deze informatie gedeeld met de houders van nakomelingen (voor zover bij het stamboek bekend) en de foktechnische commissie verzocht om een inhoudelijke beoordeling.
De foktechnische commissie heeft de beschikbare informatie beoordeeld en zich daarbij laten informeren door externe deskundigen op het gebied van genetica van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland en de Universiteit Utrecht. In het advies is onder meer gekeken naar de huidige wetenschappelijke inzichten rondom PSSM2/MIM-6 en naar de interpretatie en betekenis van de beschikbare DNA-testen voor de fokkerij.
Uit deze beoordeling blijkt dat de genetische achtergrond en overerving van PSSM2/MIM-6 op dit moment nog niet volledig zijn uitgekristalliseerd. De beschikbare testen geven aanwijzingen voor bepaalde genetische varianten, maar het verband tussen deze varianten en het daadwerkelijk optreden van klinische klachten is in de huidige stand van de wetenschap nog niet eenduidig vastgesteld. Om die reden wordt ook binnen andere paardenpopulaties terughoudend omgegaan met het verbinden van directe foktechnische consequenties aan dergelijke testresultaten.
Op basis van deze overwegingen en adviezen heeft het bestuur besloten op dit moment geen aanvullende eisen met betrekking tot PSSM te stellen en dat beide tijdens de hengstenkeuring aangewezen hengsten in aanmerking komen voor definitieve goedkeuring, mits aan de overige reglementaire voorwaarden wordt voldaan. De eigenaren van de betreffende jonge hengsten zijn hierover persoonlijk geïnformeerd.
Het bestuur benadrukt dat signalen over mogelijke erfelijke aandoeningen binnen de populatie serieus worden genomen en zorgvuldig worden beoordeeld. Meldingen over gezondheid, aandoeningen of afwijkingen bij paarden zijn van groot belang voor het verantwoord voeren van fokkerijbeleid en het bewaken van de gezondheid van de populatie. Door dergelijke informatie te delen kan het stamboek deze laten toetsen door deskundigen en waar nodig passende afwegingen maken. Leden en fokkers mogen er daarbij op vertrouwen dat meldingen zorgvuldig worden behandeld en dat besluitvorming plaatsvindt op basis van deskundig advies en de beschikbare wetenschappelijke kennis.